VERSUS, Tijdschrift voor Fysiotherapie 25e jaargang 2007, no 6


| terug naar inhoudsopgave |

25 jaar VERSUS:
een oorspronkelijk tijdschrift

Ronald Lulofs

Ronald Lulofs
Fysiotherapeut-Manueel therapeut
Particuliere Praktijk, Leidschendam


Inleiding
vijfentwintig jaar Versus, vijfentwintig jaar fysiotherapie. Zonder fysiotherapie geen Versus maar het is "helaas" nog niet zover dat we kunnen zeggen dat er zonder Versus geen fysiotherapie meer is. Wel heeft Versus geprobeerd bij te dragen aan de opbouw van de fundamenten van de fysiotherapie vanuit een oorspronkelijke opstelling. Oorspronkelijk in de zin van zelfstandig, origineel, maar vooral oprecht.
Oprecht heeft Versus geprobeerd om door middel van zijn publicaties de fysiotherapie te onderbouwen.
Dat is wat Versus de afgelopen 25 jaar heeft gedaan. Niets meer en niets minder. Dat is ook de reden van het ontstaan van Versus geweest. Destijds, bij het verschijnen van het eerste nummer van Versus, schreef medeoprichter Koos Vente onder het kopje ‘Een gat in de markt?’ het volgende:
"Momenteel is het erg moeilijk om aan te tonen dat de fysiotherapie haar belangrijke plaats in de totale gezondheidszorg verdient. De fysiotherapie schreeuwt daarom momenteel om onderbouw, dat wil zeggen, onderzoek om behandelmethoden theoretisch beter te kunnen funderen. De grote behoefte aan diepgang, aan onderbouwing, is voor ons de belangrijkste reden om met dit nieuwe tijdschrift te starten".
Dat was dus 25 jaar geleden. En Versus heeft zich aan zijn woord gehouden. Er zijn in die periode 143 Versus tijdschriften verschenen, met in totaal 7743 pagina’s vol informatie de fysiotherapie betreffende. Naast de eigen Versus-auteurs, hebben er ook nog 85 externe auteurs aan Versus meegewerkt. Een hele boekenkast vol dus!
Helaas zijn onze publicaties vaak als "te eenzijdig" opzij geschoven en wordt Versus een "te theoretisch" tijdschrift genoemd, "te weinig praktisch". Maar voor een goede praktijk is allereerst een juiste theorie nodig en die theorie hebben wij geprobeerd aan te dragen, te versterken of indien nodig te verbeteren. Dat heeft Versus gedaan vanuit een patho-functioneel morfologische benadering, omdat die benadering het meest recht doet aan het vak fysiotherapie. Een fysiotherapeut is tenslotte iemand die probeert problemen op te lossen van het bewegingsapparaat door de functies van dat bewegingsapparaat te beïnvloeden. Waar een orthopeed het chirurgisch mes gebruikt om vormveranderingen te bestrijden, gebruiken wij onze handen om functieproblemen te lijf te gaan. In die benadering is Versus binnen de fysiotherapie uniek.
Het model dat gehanteerd wordt binnen de fysiotherapie is het Meerdimensionaal Belasting en Belastbaarheids model of MDBB model. Het is een bio-psychosociaal model, oftewel, het beschouwt gezondheidsproblemen zowel vanuit een biomedisch als een psychisch als een sociaal perspectief. Kortom er is een interactie tussen al die deelgebieden. Alles hangt met elkaar samen.
Dat is waar, vreselijk waar, maar daardoor, als model, ook onwerkbaar. Je kunt er namelijk niets mee voorspellen, terwijl de kracht van een model ligt in haar voorspellend vermogen; "als ik dit doe, dan gebeurt er dat". Maar het MDBB-model voorspelt achteraf en dat is geen kunst. Daardoor werkt het MDBB-model misstanden in de hand en is het eigenlijk ongeschikt voor de ontwikkeling van het vak fysiotherapie.

Wetenschap
Versus heeft in haar bestaan geprobeerd haar steentje bij te dragen aan de ‘fysiotherapie-wetenschap’, voor zover die bestaat, door wetenschappelijke artikelen als het ware te vertalen naar de praktijk van alledag, zonder te pretenderen een wetenschappelijk tijdschrift te zijn.
Als algemeen uitgangspunt wordt door het Versus collectief het gegeven gehanteerd dat de natuur in haar verscheidenheid uniek en perfect is, en het voor ons mensen niet meevalt die natuur te snappen, te begrijpen. Maar om iets meer te snappen, te begrijpen van die natuur, maken we gebruik van modellen, zoals in de natuurwetenschappen gebruikelijk is. Of zoals Rudolf Steiner het verwoordde: "De natuur is nu eenmaal gegeven om haar voor de tweede maal te scheppen. Slechts een niet bestaande natuur zou men kunnen scheppen zonder haar vooraf te doorgronden".
De natuurkunde, de economie en de biologie zouden niet kunnen bestaan zonder het gebruik van modellen. Uiteraard blijft het, zoals Harry Oonk het ooit beschreef, een beetje fröbelen in het tuintje van moeder natuur. Maar met alle kennis die in de loop der tijd zo is verworven, kun je een stapje maken, proberen een probleem beter te begrijpen en zo dichter bij een antwoord of oplossing te komen. En zo bouwt de wetenschap voort op reeds bestaande kennis.

Identiteit
De afgelopen tijd was de identiteit van de fysiotherapie daardoor wellicht vaak onduidelijk en is dat naar mijn mening, nog steeds het geval. Men lijkt zelfs vergeten te zijn wat het woord therapie eigenlijk betekent, namelijk: methode om aan de genezing van zieken te werken. Hoe verhoudt die definitie zich tot wat de hedendaagse fysiotherapie veelvuldig biedt? Misschien is het ook wel ouderwets, dat woord fysiotherapie, want is de moderne fysiotherapeut niet een ‘fysio-ondernemer’ geworden? Bepaalt de markt niet ons handelen. Tegenwoordig is de fysiotherapie tenslotte onderdeel geworden van de vrije markt en daarmee op zoek naar afzetgebieden, producten en doelgroepen. Kortom, inhoud en vorm zijn losgekoppeld. Derhalve zijn er allerlei nieuwe producten op de vrije fysiotherapie markt gekomen maar waarvan ik mij afvraag of zij wel onder de noemer fysiotherapie vallen.
Zevenentwinig jaar geleden hadden ‘Koot en Bie’ een item over zoetstoftherapie. Door verzuring van knie of rug ontstonden er klachten volgens deze therapie en die klachten moesten te lijf worden gegaan met ’zoetstof’ zoals honing, pasta-choca of frambozenjam. Het was hilarisch om te zien. Helaas blijkt er echter na 27 jaar nog niet veel veranderd te zijn. Tegenwoordig kent ook de fysiotherapie zijn ‘’zoetstoftherapieën, waarvan ik mij afvraag of zij wel onder de noemer fysiotherapie vallen. Zo zijn er momenteel praktijken die Airnergy of zuurstoftherapie als produkt aanbieden. Want zuurstoftherapie is goed tegen Alzheimer, hart- en vaatziekten, pijnklachten etc. Kortom een oneindige lijst met indicaties. Dat is op zijn minst al verdacht. Los van de onnozele constatering dat mensen degenereren door een verminderde zuurstofopname op celniveau. Kortom, charlatanwerk. Ook de fitness heeft zijn weg gevonden binnen de fysiotherapie. Wellicht wordt fitness binnenkort in het basispakket opgenomen waardoor de scheidslijn tussen fysiotherapie en de sportschool wel heel dun wordt. Maar er bestaan tegenwoordig praktijken vol met apparaten waar het "Hands-off" adagium volledig is doorgevoerd. Is dat nieuw? Welnee, wanneer u naar afbeeldingen kijkt van Reibmayer uit 1898 dan ziet u dat het vooral veel "oude wijn in nieuwe zakken " is. En dan hebben we natuurlijk nog de allernieuwste hype op gezondheidsgebied, het zogenaamde Nordic Walking oftewel in goed nederlands, stoklopen. Je kunt geen bos meer inlopen zonder een hijgende horde Nordic Walkers tegen te komen.


Als hobby is dat stoklopen natuurlijk prima. Maar je kunt niet elke bewegingsvorm als therapie in gaan zetten, er moeten grenzen worden gesteld, anders gaan anderen dat voor je doen. En aan de definitie van therapie; methode om aan de gezondheid van zieken te werken, voldoet Nordic Walking al helemaal niet. En zo zijn er nog veel meer nieuwe interessante produkten op de fysiotherapie- markt gekomen. Innovatie heet dat tegenwoordig. Zelfs Linedance-lessen worden door fysiotherapeuten aangeboden. Maar misschien past het wel binnen de domeinomschrijving? De vrije markt staat het in ieder geval toe en stimuleert het zelfs. Lees de zojuist uitgekomen Monitor Fysiotherapie 2007 van het Nza er maar op na.
Het zal ook te maken hebben met de fitness cultus van deze tijd. Sport moet, bewegen is gezond, en aangezien van fysiotherapeuten wordt verondersteld dat zij iets van bewegen af weten, is de link, tussen sport/bewegen en fysiotherapie snel gelegd. Dat is op zichzelf gezien juist. Ik denk zelfs dat fysiotherapeuten met hun kennis en kunde van het bewegingsapparaat een belangrijke rol zouden moeten kunnen spelen binnen bijvoorbeeld de sport, maar dan wel vanuit hun vakmanschap: het analyseren van bewegingen, bewegingsproblemen of bewegingsvoorkeuren om van daaruit tot therapie of advisering komen.

Essentie Fysiotherapie
De essentie van de fysiotherapie moet toch zijn om bewegingsproblemen op te lossen, om ervoor te zorgen dat iemand die niet kan hurken dat na behandeling wel kan of dat de cva patiënt die nauwelijks zijn stoel kan uitkomen weer naar buiten kan gaan.En om dat te kunnen dient de fysiotherapeut kennis te hebben, kennis over ondermeer de ontstaanswijze van klachten. De patho-functioneel-morfologische benadering kan de fysiotherapie daarbij uitstekend van dienst zijn. Het leert de fysiotherapeut een stukje vakmanschap. En daarover heeft ons tijdschrift de afgelopen 25 jaar gepubliceerd. Oprecht en consequent.

Descartes
.En natuurlijk vergeten wij daarbij de psyche niet! Uiteraard zijn lichaam en geest één, dat weten zelfs wij bij Versus. Daarom hebben er in Versus heel wat artikelen gestaan waarin de relatie tussen lichaam en geest werd besproken. Maar tegelijkertijd werd daarbij aangetekend dat de psyche niet het aangrijpingspunt van de fysiotherapie moet zijn! Misschien is Versus wel de Descartes van de fysiotherapie. Net als hij proberen wij ons te baseren op zoveel mogelijk rationele gronden, en wellicht net als hij worden ook wij vaak van eenzijdigheid en een strikte scheiding van lichaam en geest beschuldigd. Maar laat dat nu niet waar zijn! Noch bij Versus noch bij Descartes. Descartes was een groot frans filosoof, wiskundige, natuurwetenschapper en een zeer gelovig katholiek man. De laatste jaren zijn er nogal wat publicaties geweest waarin Descartes wordt afgeschilderd als iemand die een strikte scheiding van geest en lichaam voorstond, het cartesiaans dualisme, met alle gevolgen voor de gezondheidszorg van dien. Het boek van de Italiaanse neurowetenschapper Damasio, getiteld; "De vergissing van Descartes", is een bestseller geworden en gaat over die zogenaamde scheiding tussen lichaam en geest. Maar in het boek "Ontregelde Geesten" van de psycholoog Douwe Draaisma wordt heel fijntjes uit de doeken gedaan hoe het werkelijk zit. Descartes heeft nimmer ontkend dat er een wisselwerking bestaat tussen lichaam en geest. In zijn boek, Discours de la Methode, verhandeling over de methode, uit 1637 schrijft Descartes dat hij zich wilde toeleggen op de geneeskunde:
"want zelfs de geest is zozeer afhankelijk van het temperament en van de toestand der verschillende organen dat als iets de mensen wijzer en verstandiger zou kunnen maken, dan ze tot nu toe zijn geweest, het, geloof ik, de geneeskunde is waar men dit zou moeten zoeken".


De geest afhankelijk van temperament en organen’, hier is helemaal geen dualist aan het woord! En zo zijn er nog veel meer citaten te vinden waarin de mens Descartes aangeeft absoluut niet te twijfelen aan het samenwerken van lichaam en geest.
Maar om wetenschap te bedrijven, om een stapje verder te komen heb je iemand nodig die nieuwsgierig is, die dingen wil snappen, een onderzoeker. Die zichzelf de vraag stelt, waarom iets is zoals het is. Descartes was zo’n man, zo’n onderzoeker. Hij kende de zogenaamde methodische twijfel, (geen cynische twijfel), die hem in staat stelde antwoorden te vinden om daarmee vraagstukken, op te lossen. En als we de wereld, de natuur rondom ons willen gaan onderzoeken, moeten we gebruik maken van de rede; volgens Descartes is dat de wiskunde. Wiskunde als sleutel tot de kennis van de natuur. Ook in Versus wordt steeds een vraag gesteld. Bijvoorbeeld: wat is nu die functiestoring die dat zogenaamde impingement syndroom veroorzaakt? Wat hebben pronatie van de onderarm en RSI met elkaar te maken. En via logische verklaringsmodellen worden die vragen beantwoord. Via de rede, met respect voor de natuur en met liefde voor het vak. Kortom, niks scheiding van lichaam en geest.
En dat is van belang omdat er heden ten dage binnen veel therapievormen, ook binnen de fysiotherapie, sterk de neiging bestaat om lichamelijke klachten te gaan verklaren uit het ‘superieure’ mentale aspect. Terwijl wij nog maar zo weinig kennis hebben van het bewegingsapparaat, het lichamelijke aspect. Maar men vindt dat mentale aspect binnen de fysiotherapie en in de geneeskunde zwaar onderbelicht. Dat zou dan ondermeer aan Descartes te wijten zijn, hij zou de scheidslijn tussen die twee aspecten hebben getrokken zonder oog voor hun interactie en daar zou alle ellende door zijn ontstaan.
Zijn stelling "cogito ergo sum", "ik denk dus ik besta", wordt daarbij als voorbeeld aangehaald. Maar dat is niet conform de waarheid en doet geen recht aan Descartes en ook niet aan Versus.

Kwetsbaarheid van de Fysiotherapie
De kwetsbaarheid van de fysiotherapie bestaat uit het ontbreken van een degelijk fundament zodat de inhoud van het vak, vaak ondergeschikt wordt gemaakt aan de vorm waarin het verkocht moet worden. Dat is meteen het bestaansrecht van Versus. Want Versus ontleent zijn bestaansrecht door bij te dragen aan de fundamenten van de fysiotherapie, en kan daarbij soms wat dwars, wat tegendraads te zijn. Maar Versus betekent, iets er tegenover stellen en dat is wat wij hebben gedaan. Niet alleen maar kritiek leveren maar ook laten zien hoe het dan wel moet, volgens ons, opdat fysiotherapie een causale therapie genoemd kan worden en geen gevolgengeneeskunde. Geen troosttherapie. En uiteraard verzinnen de medewerkers van Versus niet alles zelf. Er wordt binnen Versus ook veelvuldig gekeken naar andere vakgebieden om kennis te vergaren, dat zal u duidelijk zijn. Daar is natuurlijk niets op tegen. Stel je voor dat je alles weer zelf zou moeten uitzoeken, dat is onbegonnen werk. Je staat altijd op de schouders van je voorgangers en je borduurt voort op werk van anderen.
Of zoals Goethe het zei:
"Er zou weinig van mij overblijven als ik alles moest afgeven, wat ik aan anderen dank".
En uiteindelijk probeert Versus op die manier bij te dragen aan de fundamenten van het vak fysiotherapie en daarmee het vakmanschap binnen de fysiotherapie te bevorderen.

| terug naar inhoudsopgave |